U vindt ons ook op
U aangeboden door
IMG 0474

Verharing

Hebt u haar gevolgd, de campagne van Amnesty International voor Raif Badawi? De blogger uit Saudi-Arabië kreeg voor het uiten van zijn mening tien jaar gevangenisstraf, een reisverbod van tien jaar, een boete van 191.000 euro en duizend zweepslagen, meldde Amnesty aanvankelijk.

Die zweepslagen bleken later stokslagen te zijn. Reden voor de mensenrechtenorganisatie om een rectificatie te publiceren: ‘Amnesty International biedt de regering van Saudi-Arabië haar welgemeende verontschuldigingen aan.’

Ai.

Ai? Maar dat is toch ijzersterk?

Eh, ja. Het is zelfs tamelijk geniaal. Maar dat dringt pas tot me door nadat ik een tijdje mijmerend naar het plafond heb zitten staren. Ik was een beetje afgeleid.

Want waarom biedt Amnesty International haar excuses aan? Beschouwt de organisatie zichzelf als vrouwelijk? Maar ‘Amnesty International’ is toch een eigennaam, waarnaar we met een mánnelijk bezittelijk voornaamwoord verwijzen tenzij de naam grammaticaal bewijsbaar vrouwelijk is? Denken ze aan de Keizersgracht in Amsterdam dat het zo hoort omdat ‘amnestie’ een vrouwelijk woord is? Maar daar kan een Engelstalig begrip toch niet op teruggrijpen? Of wel?

Waar komt zij vandaan,
die neiging om alles
maar te vervrouwelijken?

Enfin, u begrijpt: ik ben een pietlut. Sommige mensen noemen mij de strengste eindredacteur van Nederland. Nou lijkt me dat ietwat te veel eer, maar ik moet toegeven: over dit soort vragen kan ik mij het hoofd breken. De uitkomst maakt me geen drol uit. Als zo’n zin maar klopt. Want alleen dán zie ik meteen: deze boodschap is ijzersterk.

Heeft Amnesty er eigenlijk zelf over nagedacht? Is er discussie over gevoerd met de tekstschrijver? Is er een lemma aan gewijd in de stijlgids? Of drijft de mensenrechtenorganisatie gedachteloos mee op de ergerlijke trend om zo’n beetje alle verwijzingen vrouwelijk te maken? ‘Amsterdam heeft haar inwoners veel te bieden’ – dat werk. Of: ‘Philips wijzigt haar koers.’ Je komt het zelfs in de kwaliteitskranten tegen. Brrr.

Waar komt zij eigenlijk vandaan, die neiging om alles maar te vervrouwelijken? Is het gemakzucht? Laat het onderwijs steken vallen? Vinden we het – heel seksistisch – zachter, vriendelijker?

Ik heb geen idee of het fenomeen een naam heeft. Bij gebrek aan die wetenschap noem ik het zelf ‘verharing’. Meestal trek ik er een vies gezicht bij. Maar onthoud: ik heb het dan niet over mijn kat.

Deel dit op sociale media:
    1. Tjeerd Gunning
      Tjeerd Gunning25 september 2015

      Ik noem het de hardnekkige haarziekte. http://bit.ly/RP1hXm

    2. Jolenta Weijers
      Jolenta Weijers25 september 2015

      Ook mooi, en een fijne alliteratie, Tjeerd!

    3. Tjeerd Gunning
      Tjeerd Gunning25 september 2015

      Ik noem het de hardnekkige haarziekte. http://gunningtekstredactie.nl/w/de-hardnekkige-haarziekte/

    4. Felix van de Laar
      Felix van de Laar27 september 2015

      Dit is zo’n twintigste-eeuws achterhoedegevecht! Voor de haan drie keer heeft gekraaid, heb je het zelf al een keer gedaan, met “haar” verwezen naar een begrip dat volgens de grammatica mannelijk of onzijdig is. En waarom het gebeurt? Daar zijn taalkundigen al een hele tijd mee bezig, het fenomeen treedt o.a. systematisch op bij collectiva. Ik denk dat het vaak te maken heeft met de behoefte van taalgebruikers om in dit soort van taaluitingen, de verwijzing te ont-ambiguïseren. Als ze “hem” (of “hij” en “het”) zeggen of schrijven, gaan de toehoorders of lezers denken “huh, wie bedoelt ie nou weer????”
      Dus als je het over begrijpelijke taal hebt: gebruik “haar”!

      • Jolenta Weijers
        Jolenta Weijers2 oktober 2015

        Tja, Felix, ik weet dat taal leeft en dus verandert. Noem mij ouderwets, maar wat goed is mag toch blijven? Jouw verklaring dat taalgebruikers een verwijzing met ‘hem’ zouden invullen met een persoon en een verwijzing met ‘haar’ met een ding of abstractie, bevestigt eigenlijk wat ik hierboven al schreef: in feite gaat het hier om een vorm van seksistisch taalgebruik. Waar het mij trouwens niet om te doen is. Ik vind die verharing gewoon lelijk.

        • Felix van de Laar
          Felix van de Laar2 oktober 2015

          die arme taalgebruikers van seksisme beschuldigen, daarmee maak je van taal een morele zaak. Verharing niet mooi vinden, dan maak je van taal een esthetische zaak. Ik denk dat je dat allemaal niet moet doen. “wat goed is mag blijven” – voor mijn part; alleen zijn er twintig miljoen taalgebruikers die wat jij goed vindt, kennelijk niet altijd zo goed vinden dat ze het in hun dagelijkse taalgebruik toepassen. En als je criterium voor “blijven” is dat iedereen het zo doet als jij het goed vindt, dan voer je dus echt een gevecht tegen windmolens. Maar je bent niet de enige. Van alle algemene maatschappelijke verschijnselen – denk aan kunst en techniek en mode en de kookkunst, zelfs omgangsvormen – is taal het domein waar zich de meeste mensen over de kleinste details op blijken te kunnen winden. Dat verwondert mij wel in steeds heviger mate.

          • Jolenta Weijers
            Jolenta Weijers2 oktober 2015

            Ik beschouw mezelf niet als het geweten van het Nederlandse taalgebied, hoor Felix. Ik probeer slechts verklaringen te vinden. Mijn betoog komt hierop neer: we hebben met z’n allen afgesproken dat we dit op een bepaalde manier doen. Wie zich daar niet aan houdt, moet zich realiseren dat zijn boodschap minder helder overkomt, omdat fouten nu eenmaal voor afleiding zorgen.
            Tot slot: in het dagelijks taalgebruik zal verharing inderdaad nog veel vaker voorkomen. Het zij zo; met spreektaal gaan we nu eenmaal losser om dan met geschreven taal.

            • Felix van de Laar
              Felix van de Laar2 oktober 2015

              Toen we “met zijn allen” die afspraak maakten, was ik er even niet bij – en velen met mij. Lees Multatuli’s Ideeën er nog eens op na. Hij vond schoolmeesters de ergste plaag waar natuurlijke taal onder leed. En het zijn de schoolmeesters, Van Heule voorop, die die afspraken van jou hebben gemaakt. Al noem je het grammatica, dan is het nog niet waar.
              wb Multatuli, er is het beroemde Idee “ik tracht natuurlijk Hollands te schryven maar ik heb schoolgegaan”, maar er staat er nog eentje vlakbij dat iets genuanceerder is, maar even pertinent dat schoolmeester moeten luisteren in plaats van bepalen. En dat is wat ik bedoel: als je luistert hoor je dat het volk “haar” zegt. Wie zijn wij dat we dat tegen willen houden, niet mooi vinden, etc? Dat is toch allemaal onzin!? Ga terug in de geschiedenis van de taal en je durft geen “schoenen” meer te zeggen!

        • Jos Rombouts
          Jos Rombouts24 oktober 2015

          Goeiemorgen Jolenta,
          In je blog van 25 september vraag jij je af of het gebruik van ‘haar’ in “Amnesty International biedt de regering van Saudi-Arabië haar welgemeende verontschuldigingen aan” niet seksistisch is. Je vraagt je af: “Vinden we het [gebruik van ‘haar’] – heel seksistisch – zachter, vriendelijker?” Op 2 oktober schrijf je twee reacties. In de eerste daarvan ben je veel stelliger dan in je blog; Je schrijft nu: “[I]n feite gaat het hier om een vorm van seksistisch taalgebruik”.

          Eerlijk gezegd, geloof ik daar niets van. Volgens mij haal je twee betekenissen van het woord ‘geslacht’ en één betekenis van het woord ‘gender’ door elkaar. ‘Geslacht’ betekent o.a. ‘genus, woordgeslacht, grammaticaal geslacht’ enerzijds en ‘biologische sekse’ anderzijds. Het ‘gender’ verklaart de Dikke Van Dale (2005) als volgt: “het geheel van sociale en culturele kenmerken van een sekse”. Wie zegt dat vrouwen in het algemeen vriendelijker en zachter zijn (twee sociale kenmerken) dan mannen, niet als gevolg van hun individuele persoonlijkheid, maar alleen van hun sekse, maakt een seksistische opmerking.

          Wie in het zinnetje van daareven “haar verontschuldigingen” zegt, spreekt niet seksistisch en wie “zijn verontschuldigingen” zegt, evenmin. ‘Amnesty International’ heeft immers helemaal geen biologische sekse. De keuze voor ‘haar’ of ‘zijn’ wordt bepaald door de kijk van de spreker op het genus, het woordgeslacht van ‘Amnesty International’. In principe zijn Engelse woorden allemaal de-woorden van het mannelijke genus. (Zie het taaladvies van Onze Taal over het woordgeslacht van Engelse woorden.) De spreker kan echter van dit principe afwijken als het botst met een ander principe, in dit geval het principe dat verzamelnamen, substantieven dus die een collectief aanduiden, van het vrouwelijke genus zijn. Zowel voor “haar verontschuldigingen” als voor “zijn verontschuldigen” valt wel iets te zeggen.

          In p

      • Jos Rombouts
        Jos Rombouts7 oktober 2015

        Dag Felix,
        Als ik je goed begrijp, verzet jij je tegen de historische norm (“Bij omstreden taalkwesties, verdient de oudste norm de voorkeur.”) en beroep jij je op de statistische norm (“Zoals de meerderheid van de taalgebruikers spreekt en schrijft, is het per axioma goed.”). Je bewijst niet dat de taal van de meerderheid “verhaart”, al is er een grote kans dat je gelijk hebt. De historische norm lijk jij te vervangen door een anti-historische die zegt: “Hoe nieuwer, hoe beter – zeker kort na een eeuwwisseling.” Ik ben benieuwd naar jouw argumenten voor die stelling, want die heb je nog niet gegeven.
        In de hele discussie kun je je beroepen op een helder- of duidelijkheidsnorm: “Wat het duidelijkste taalgebruik oplevert, verdient de voorkeur.” In een forumdiscussie over begrijpelijke taal is dit een heel belangrijke norm. Jij hebt 27 september geschreven dat ‘verharing’ duidelijkheid oplevert. Reeds op 1 oktober liet ik merken dat ik hoopte op een toelichting door jou, graag met voorbeelden. Misschien heb je dit verzoek over het hoofd gezien; daarom herhaal ik het nu. Alvast bedankt voor je reactie.

        • Felix van de Laar
          Felix van de Laar7 oktober 2015

          De discussie gaat natuurlijk voor een deel over de vraag of en wanneer je (de) taal normatief kunt of zou moeten benaderen. Multatuli’s Idee hield in dat je de taal accepteert zoals die zich aan je voordoet, om je heen, en dat je eventueel kiest welke vorm jou het beste bevalt. Het is een illusie te denken dat je vormen van taalgebruik effectief tegen kunt gaan als die je niet bevallen. Eb en vloed, de zee komt nooit op exact dezelfde manier terug als de vorige keer al lijkt het er veel op. Historische normen zeggen me niets. Vroeger mocht je bij vrouwen de enkels niet zien en droegen mannen pruiken.
          Voor zover we taal als communicatiemiddel gebruiken (en ik schat dat dat 95% van de tijd het geval is), is de belangrijkste norm dat je met jouw taaluiting probeert te bereiken dat degene (ev/mv) tot wie je je richt, zo veel mogelijk begrijpt wat jij bedoelt. Dat mechanisme is een zo sterke motor, dat mensen fouten van elkaar overnemen waarvan ze op dat moment nog zeker weten dat ze fout zijn ook. Ik ga tegen iemand die “musea’s” zegt, misschien in een zin wel “musea’s” terug zeggen omdat ik hem of haar niet wil afleiden van de intentie van het gesprek zelf. Of als mijn tai-chi-leraar het heeft over “borstkast”, wie ben ik dan om heel duidelijk “borstkas” te gaan zeggen??? Wat is er überhaupt mis met borstkast? (39.000 resultaten op Google! Niet in de nieuwe Van Dale…)
          Iedereen kent dat fenomeen. Tegen buitenlanders ga je in hele werkwoorden praten, en hoe grammaticaal correct een Italiaan tegen jou praat met jouw gebrekkige vakantie-Italiaans, kun je ook niet controleren.
          Wat betreft voorbeelden met het “verkeerde” haar: mijn stelling is dat de zin “de raad heeft in zijn advies aangegeven dat …” bij sommige (veel, weinig?) mensen de ambiguïteit oplevert dat “zijn” iemand anders zou kunnen zijn dan de raad, en dat die ambiguïteit niet (bij veel minder mensen) ontstaat in “de raad heeft in haar advies aangegeven dat …” Het lijkt me te onderzoeken en het is vast al eens onderzocht. Misschien wel met MRI scans, leessnelheidmetingen, ….
          Dus de categorieën goed en fout gaan bij begrijpelijke taal niet op of ze zijn niet adequaat. De vraag is of bepaalde taaluitingen tot veel en andere varianten tot weinig misverstanden leiden – als je die wilt vermijden. Dat de Gelreziekenhuizen het op hun site over die borstkast hebben, kan daarmee te maken hebben: hun thorax-artsen komen misschien te veel patiënten tegen die “borstkas” niet goed begrijpen.

          • Jos Rombouts
            Jos Rombouts24 oktober 2015

            Goeiemorgen Felix,
            Jouw enthousiasme over de ideeën van Multatuli (‘Ideën’ in zijn eigen spelling) heeft mij ertoe aangezet eens te grasduinen in de editie die te vinden is op http://www.dbnl.org. Voor onze discussie lijkt mij idee 40 bijzonder relevant. Ik citeer het hier volledig:
            “In elke levende taal is ’n gedeelte dood. ‘Die vrouw heeft ’n vlek op haar neus.’ HAAR NEUS leeft. ‘Waar moet ik die tafel zetten? Zet haar in den hoek.’ HAAR is dood. *. Zoo is er veel dat ik wou uitknippen als dorre takken. ’t Geeft ruimte, licht, leven aan de groene.
            * We hebben nu eenmaal in ’t hollandsch geen vrouwelyk geslacht voor levenlooze zaken. Waartoe dit dan altyd voorgewend in ons schryven? ’t Is ONWAARHEID, als ’n auteur iemand, van de zon sprekende, zeggen laat: ZY gaat op” Aldus Multatuli.

            Op de voetnoot valt fors af te dingen. In het Hollandsch hebben we geen vrouwelijke sekse voor levenloze zaken, maar wel een vrouwelijk genus voor woorden (zoals ‘tafel’) die een levenloze zaak aanduiden. Multatuli blijkt het verschil tussen sekse en genus niet te kennen.
            De hoofdtekst van idee 40 daarentegen zegt zinnige zaken. Het voornaamwoord ‘haar’ in het eerste voorbeeld geeft aan dat de twee woorden ‘neus’ refereren aan precies hetzelfde gezichtsdeel van precies dezelfde dame. Of in jargon gezegd: Het voornaamwoord ‘haar’ maakt duidelijk dat het eerste gebruik van ‘neus’ en het tweede gebruik coreferentieel is: ‘neus’ refereert twee keer aan hetzelfde gezichtsdeel. Dat is de grammatische functie van het voornaamwoord: coreferentialiteit aangeven. Bovendien geeft ‘haar’ aan dat de eigenaar van de neus een levend wezen van de vrouwelijke sekse is. Dat is de semantische functie van het voornaamwoord. Wanneer ‘haar’ wordt gebruikt met betrekking tot de tafel, drukt ‘haar’ alleen coreferentialiteit uit tussen zichzelf en het reeds gebruikte woord tafel. Dat is de grammatische functie van het twee ‘haar’. Dit tweede ‘haar’ heeft echter geen semantische functie die te vergelijken is met die van het eerste ‘haar’. Woorden die geen semantische functie hebben noemt Multatuli dood en dor. Maar iedereen begrijpt dat we ze niet kunnen weglaten. ‘Dor’ en ‘dood’ brengen wel Multatuli’s gevoel over dat de gewone taalgebruiker weinig aandacht hoeft te besteden aan puur grammatische functies.
            Volgens Multatuli is ook het gebruik van ‘zijn’ of ‘haar’ in de zin: “Amnesty International biedt de regering van Saudi-Arabië HAAR welgemeende verontschuldigingen aan” dor en dood. Alle deelnemers aan deze discussie zijn bezig met een dor en dood onderwerp. Felix, ook jouw hartstochtelijke pleidooi voor HAAR is in de ogen van Multatuli dor en dood.

    5. Jos Rombouts
      Jos Rombouts1 oktober 2015

      Twee benamingen voor het beschreven verschijnsel zijn courant: de pejoratieve term ‘haar-ziekte’ en de neutrale ‘verharing’. (Zie voor langere benamingen het Wikipedia-artikel ‘haarziekte’.) Joop van der Horst citeert in zijn ‘Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis’ een voorbeeld uit 1789. Het verschijnsel trok pas in de twintigste eeuw veel aandacht.
      Ik begrijp niet goed waarom Felix van de Laar iets wat in de twintigste eeuw de aandacht trok, meteen een “achterhoedegevecht” noemt. Ja, ook ik gebruik soms ‘haar’ om terug te verwijzen naar een eerder gebruikt mannelijk woord, maar ik probeer het te vermijden. Ik verwijs echter helemaal nooit, ook niet per vergissing, naar een onzijdig woord met ‘haar’ en ik vind het vreselijk als iemand dat wel doet.
      Het tweede deel van de reactie van Felix van de Laar vind ik warrig, zo zonder voorbeelden, en met zijn slotzin ben ik het oneens.

      • Jolenta Weijers
        Jolenta Weijers2 oktober 2015

        Het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk: het is mijn blinde vlek. Er zijn wel wat ezelsbruggetjes (woorden die eindigen op -ie en -ing zijn vrouwelijk), maar toch. Raadpleeg ik het Groene Boekje, dan is het meestal hierom. Overigens moet ik dan een zowat antiek exemplaar van het Boekje ter hand nemen, want in de jongste versies zijn woordgeslachten niet meer opgenomen. Misschien is dat een teken aan de wand?

        Maar net als jij, Jos Rombouts, ga ik nooit (denk ik) de fout in bij onzijdige woorden. Die zijn verademend helder.

        Een collega-eindredacteur vertelde mij dat de twijfel toeslaat wanneer er in twee opvolgende zinnen verschillend moet worden verwezen. Bijvoorbeeld: ‘Amsterdam heeft zijn bezoekers veel te bieden.’ En ‘De gemeente Amsterdam kan haar geluk niet op.’ Dat is inderdaad niet mooi en ik zou het vermijden. Toch zie ik het liever dan een foute verwijzing.

    Je kan reageren