U vindt ons ook op
U aangeboden door
Verkeersbord3

Kleine woordjes, groot verschil

Al vanaf mijn proefschriftonderzoek (1983-1986) houd ik me bezig met de kleine woordjes die het cement vormen van een tekst: signaalwoorden als maar, omdat en want, die de lezer als het ware door een tekst heen gidsen omdat ze duidelijk maken hoe je de informatie die nog volgen gaat vast moet knopen aan wat je tot nu toe gelezen hebt. Dat lijkt gemakkelijk maar vooral voor mensen die het Nederlands als tweede taal leren kunnen dit soort woorden heel lastig zijn.

Het verschil tussen omdat en want bijvoorbeeld: omdat signaleert redenen en oorzaken, want signaleert argumenten, zo lees je in de handboeken. Andere talen maken dat verschil niet. Zo gebruik je in het Engels vooral because.

Het verschil tussen want en omdat is soms heel subtiel. Neem zinnetjes als “Marie was moe omdat ze de trap af kwam gerend” en “Marie had haast want ze kwam de trap af gerend”. In de omdat-zin geeft het tweede deel een verklaring waarom Marie moe was. In de want-zin concludeert de  spreker of schrijver dat Marie kennelijk haast had op grond van de observatie dat ze trap af kwam gerend.

De conclusielezing kost de lezer meer moeite dan de verklaringlezing. Dat kun je laten zien met experimenten waarin je meet hoe lang een lezer kijkt naar de zinnen in een tekst. In zo’n oogbewegingsexperiment heeft Ted Sanders samen met een aantal collega’s vastgesteld dat het zinnetje na het woord want meer tijd kost om te lezen dan het zinnetje na het signaalwoord omdat. Dat verschil verdwijnt weer als de schrijver van te voren expliciet maakt dat het om een conclusie gaat, zoals in de zin “Volgens Peter had Marie haast want ze kwam de trap af gerend”.

Het laatste jaar heb ik samen met collega’s in Nijmegen ook ander onderzoek gedaan naar het verschil tussen want en omdat. Zo heb ik samen met Iris Hendrickx laten zien dat in zinnen voorafgaand aan want veel meer gevoelswoorden voorkomen dan in zinnen voor omdat. In de toekomst wil ik dat onderzoek herhalen in allerlei verschillende genres, zoals blogs en journalistieke teksten.

Waarom is dit belangrijk? Ten eerste voor onderwijs: als we goed begrijpen wat die signaalwoorden precies doen in een tekst, kunnen we leerlingen en tweedetaalleerders laten zien hoe ze die woorden moeten gebruiken. Daarnaast kunnen we schrijvers adviseren over de juiste dosering van signaalwoorden in hun teksten. Die dosering moet je namelijk afstemmen op hoe ervaren je lezers zijn en hoeveel energie ze willen stoppen in het begrijpen van een tekst: als een tekst moeilijk is voor je lezers of als je lezers weinig leeservaring hebben, dan hebben ze meer signaalwoorden nodig. In makkelijke teksten werkt een overdosis aan signaalwoorden juist contraproductief (“jaja, nu weet ik het wel”).

Maar bovenal vind ik dit onderzoek belangrijk omdat je als wetenschapper wilt weten hoe het kan dat zulke kleine woordjes zulke grote verschillen kunnen maken in een tekst.

Deel dit op sociale media:
    Over de auteur:

    Wilbert SpoorenWilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen.View all posts by Wilbert Spooren →

    Je kan reageren