U vindt ons ook op
U aangeboden door
PictureOfEvening

Hoe concreter, hoe beter?

Waar moet een column over begrijpelijke taal zo rond Kerstmis over gaan? Over de begrijpelijkheid van teksten die ons waarschuwen voor de gevaren van teveel eten aan de kerstdis? Over de kwaliteit van de kersttoespraken van de verschillende staatshoofden, die in groten getale over ons uitgestort worden? Over de ontoegankelijkheid van de persberichten waarmee oorlogsvoerende partijen een kerst-staakt-het-vuren aankondigen? Ik ga gewoon terugblikken op mijn onderzoek in het afgelopen jaar. Dit jaar heb ik me veel bezig gehouden met twee onderwerpen: concreetheid en voegwoorden. Over voegwoorden heb ik het een andere keer, vandaag over concreetheid.

Praten in plaatjes

Allerlei tekstadviseurs raden ons aan om concreet te schrijven, want dat is goed voor de begrijpelijkheid van je tekst. Gebruik dus woorden als kasteel, aap, fietsen en pluizig (want die worden door informanten als concreet beoordeeld) en vermijd woorden als gebouw, dier, vergelden en risicovol (want die zijn abstract). Maar wat is dat dan, concreet? Volgens de website deschrijfster.nl is het “praten in plaatjes” of “zo schrijven dat een ander zich een heel goed beeld vormt van wat je schrijft”. Dat zijn al twee invullingen van concreetheid: “concreet is tekenbaar” en “concreet is zintuiglijk waarneembaar”. Maar uit de voorbeelden die de auteur geeft blijkt dat het ook gaat om gedetailleerdheid en specifiekheid (“eensgezinswoning” is concreter dan “huis”).

Concreetheid: wat is dat?

Concreetheid lijkt belangrijk maar we weten niet precies wat er voor zorgt dat een woord concreet is. Samen met collega Lettica Hustinx en twee studenten hebben we informanten 2000 woorden laten beoordelen: hoe concreet, specifiek, zintuiglijk waarneembaar, teken- of filmbaar en begrijpelijk vind je dit woord? Daar kwamen allerlei interessante dingen uit. Zo blijkt concreetheid het meest samen te hangen met zintuiglijke waarneembaarheid. Verder verschillen woordsoorten enorm in hun concreetheid (zelfstandige naamwoorden zijn het meest concreet, bijvoeglijke naamwoorden het minst).

Hoe begrijpelijk is een concrete tekst?

We zijn niet de enigen die ons met concreetheid bezig houden. Marc Brysbaert heeft samen met collega’s concreetheidscores verzameld van 30.000 Nederlandse woorden. Omdat op die lijst veel meer woorden voorkomen dan in onze lijst hebben we die scores gebruikt om in een experiment een tekst voor jongeren van het Nibud over financiële verantwoordelijkheid concreter of juist abstracter te maken. We hebben de oorspronkelijke tekst, de abstracte versie en de concrete versie door heel veel jongeren van verschillende schoolniveaus laten beoordelen: hoe goed begrijp je deze tekst? Wat blijkt? Alle versies zijn voor de jongeren even goed te begrijpen. Goed nieuws voor het Nibud: hun teksten voor jongeren zijn kennelijk al heel erg goed te snappen. Maar wel bijzonder gegeven dat schrijfadviseurs concreetheid zo belangrijk vinden. Hoe dat kan? Misschien ligt het aan het onderwerp: de jongerentekst over financiële riscio’s gaat over behoorlijk concrete acties. Maar geldt dat ook voor teksten over politiek of gezondheid? We gaan dan ook verder met ons onderzoek.

Verder lezen

  • Spooren, W.P.M.S., Hustinx, L.G.M.M., Aben, J. & Turkenburg, E. (2015). Concreetheid onder de loep. In M. Boogaard, B. van den Bogaerde, S. Bacchini, M. Curcic, N. de Jong, E. le Pichon & L. Rasier (Eds.), Artikelen van de achtste Anéla Conferentie Toegepaste Taalwetenschap 2015 (pp. 97-110). Delft: Eburon.
Deel dit op sociale media:
    Over de auteur:

    Wilbert SpoorenWilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen.View all posts by Wilbert Spooren →

    Je kan reageren