U vindt ons ook op
U aangeboden door
Nullen En Enen

Digidilemma

1,3 miljoen mensen kunnen niet, of niet goed lezen en schrijven, zo vertelt Bert Pol (Communicatiewetenschap, Universiteit Twente) dinsdag in NRC. 80 procent daarvan weet ook nog eens geen raad met een computer. De juiste informatie vinden, slim zoeken en het aanbod beoordelen op betrouwbaarheid en relevantie: het is allemaal te moeilijk.  

Pol stelt dat deze mensen steeds dieper wegzakken ‘door de digitalisering van overheidsinformatie.’ Vaker dan anderen zijn zij werkloos en arm, vaker ook hebben ze gezondheidsklachten en schulden. Het is nogal een verband dat hier gesuggereerd wordt tussen de digitale overheid en zo’n beetje alles wat een mens kan tegenzitten.

En dat terwijl de overheid nog probeert te helpen met coaching en dergelijke. Maar, zo schetst Pol het dilemma, ‘daarmee maak je mensen van je afhankelijk, terwijl de maatschappij in sneltreinvaart verder digitaliseert.’ Ook voor het herhaalrecept bij de arts en je declaraties bij de zorgverzekeraar moet je tegenwoordig immers ‘digivaardig’ zijn.

De overheid heeft goede redenen om te digitaliseren en de papiermassa terug te dringen. Denk alleen al aan het milieu. Bovendien zien veel mensen het tijd- en plaatsonafhankelijke karakter van digitale diensten juist als een pre. Een overheid die niet meegaat met haar tijd, heeft een veel groter probleem.

Daar komt bij dat sommigen vooral om nostalgische redenen willen vasthouden aan de krant, het betaalboekje en de papieren afvalkalender. Maar goed, er is dus ook die minderheid die met serieuze problemen kampt. Hierbij laat Pol onbesproken of dit komt door onvermogen, onwil of obstakels.

Wel zegt hij dat eerst het taalprobleem opgelost moet worden. Maar is dat zo? Volgens mij is er voor de overheid nog steeds winst te halen in de communicatie, zoals het taalgebruik en de creativiteit waarmee de boodschap wordt overgebracht. Hierbij wordt nog te vaak gedacht aan nodeloos ingewikkelde tekst met een plaatje.

Dat kan en moet anno 2016 gevarieerder, duidelijker en beeldender. Dit geweldige filmpje maakt dat nog maar eens duidelijk.

 

Deel dit op sociale media:
    1. André Verburg
      André Verburg1 november 2016

      Wat wil Erik Slofstra in vredesnaam met deze tekst bereiken? Eerst valt hij ons lastig met vijf alinea’s tekst (de vette kop meegerekend) met informatie over een onderwerp dat uiteindelijk niet gaat over het onderwerp dat hij wel over het voetlicht wil brengen. Dan komen de twee alinea’s met de (kennelijk) bedoelde boodschap: de overheid moet duidelijker communiceren. Geen nieuwswaarde, zou ik zeggen. Het feit dat het inderdaad “geweldige filmpje” waarnaar hij verwijst 10 jaar oud is én is gemaakt door de Rijksoverheid, zegt al genoeg. De overheid is hard bezig met betere communicatie, maar zeker, daar valt nog veel te winnen. Ondertussen lopen er veel trainingen, wordt er veel over dit onderwerp gediscussieerd binnen de overheid en wordt er veel over dit onderwerp geschreven. Bijna geen ambtenaar die dit filmpje over Ahmed Amarini niet al een keer voorbij heeft zien komen tijdens een training.
      En Erik Slofstra komt dan met de analyse dat “te vaak wordt gedacht aan nodeloos ingewikkelde tekst met een plaatje”. Die zin zelf bevat overigens een nodeloos passief…. Wíe denkt er dan binnen de overheid aan een nodeloos ingewikkelde tekst met een plaatje??? Ga eens te rade bij de programma’s van PBLQ, de trainingen en blogs van Geerke van der Bruggen, het programma van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om haar uitspraken communicatiever te maken, de trainingen van Mascha Furth en Janneke Valbracht en nog tientallen andere activiteiten op dit vlak.
      Ten opzichte van alle actie die al wordt ondernomen moet Erik Slofstra met meer komen om “gevarieerder, duidelijker en beeldender” te zijn.

      André Verburg
      seniorrechter rechtbank Midden-Nederland en trainer begrijpelijke taal

      • Erik
        Erik3 november 2016

        Geachte heer Verburg,

        Dank voor uw reactie. Maar onderstreept deze nou niet precies mijn punt? De trainingen en programma’s die u opnoemt, zijn volgens mij vooral gericht op het verbeteren van tekst. We zijn het erover eens dat die inspanningen nog steeds nodig zijn, al vindt u, als ik het goed begrijp, dat het filmpje aan actualiteit heeft ingeboet.

        Mijn punt is dat de overheid (en niet alleen de overheid, overigens) best meer mag experimenteren met andere vormen van informatieoverdracht. Waar de een genoeg heeft aan een instructieve tekst, daar heeft een ander meer aan een instructiefilm of -animatie, en weer een ander moet het zelf ervaren, bijvoorbeeld in een game. Ik verwacht dat we in de nabije toekomst steeds vaker ook varianten met augmented of virtual reality gaan zien.

        Ik laat me graag inspireren door aansprekende voorbeelden, als u die met me wilt delen.

    2. André Verburg
      André Verburg4 november 2016

      Geachte heer Slofstra,
      Wat een aardige gedachte om deze discussie voort te zetten als een openbare briefwisseling! Mijn eerste reactie op uw blog was nog een tekst gericht tot het algemene publiek, maar graag zet ik deze discussie voort in briefvorm.
      De ergernis die spreekt uit die eerste reactie van mij is vooral hierin gelegen. In de eerste plaats is de overheid op tientallen manieren bezig met betere communicatie, terwijl uw blog van de gedachte lijkt uit te gaan dat het een geheel nieuwe gedachte is. Dat miskent de initiatieven die al lopen. In de tweede plaats suggereert u dat de overheid zich beperkt tot onbegrijpelijke teksten met een plaatje. Nou, ik kan wel zeggen dat niemand binnen de overheid daarnaar streeft. Dat is een nodeloos afserveren van goede initiatieven. In de derde plaats oppert u veel, maar biedt u geen concrete voorstellen. In een tijd waarin al veel initiatieven binnen de overheid lopen, is dat een gemiste kans.
      Ik kan vooral spreken voor de rechtspraak. Het lijkt mij vanzelfsprekend dat uitspraken van de rechtspraak en ook formele besluiten van de overheid (bijvoorbeeld de weigering van een aangevraagde bijstandsuitkering, maar ook de weigering van een vergunning voor de aanleg van een windpark op zee en alles daar tussenin) vooral in woorden zullen zijn vervat. We moeten het daar in mijn ogen vooral hebben van taal. En niet alleen taal, maar ook passende taal. We zouden toch raar staan te kijken als een rechtbank in een zaak over misbruik van procesrecht de houding van een burger zou duiden als “Eiser procedeert verweerder helemaal de moeder.” De mogelijkheden zijn daar dus beperkt. Toch gebeurt op dat vlak veel in de rechtspraak. Lees bijvoorbeeld eens de strafmotivering van de rechtbank Rotterdam in de zaak over de examenfraude op Ibn Ghaldoun (vonnis van 13 februari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:960). Die leest als een roman. En als het gaat om andere middelen dan het geschreven woord, ja dit is ook op Youtube te vinden (https://www.youtube.com/watch?v=AsRiEoSuuHE). Het mooie van wat daar gebeurt is dat die motivering naar twee kanten helder is: zij maakt duidelijk dat de verdachten écht fout zitten én zij maakt duidelijk dat de maatschappelijke onrust die via de media was ontstaan serieus wordt genomen. Zo krachtig is taal mooi wel.
      Als het niet gaat om het vonnis of de uitspraak zelf, is er meer mogelijk. De rechtspraak is daar ook druk mee bezig. Op http://www.rechtspraak.nl vind je veel beeldmateriaal waarmee de Rechtspraak probeert partijen te helpen met wat zij kunnen verwachten. Dat zijn filmpjes (bijvoorbeeld https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Werken-en-opleiding/Rechtspraak-in-de-klas) en dat zijn overzichtskaartjes en animaties waarmee duidelijk wordt gemaakt wie al die mensen, al of niet in toga, zijn die daar optreden in de zittingszaal (bijvoorbeeld https://www.rechtspraak.nl/Hoe-werkt-het-recht/In-de-rechtszaal).
      En de Rechtspraak is hard bezig met digitalisering van de procedures (het KEI-project, kwaliteit en innovatie). Digitalisering van procedures roept natuurlijk vragen op: komt iedereen mee in zulke procedures? Hoe digivaardig zijn al die partijen? Zeker, en daarom zijn er ook escapes voor mensen die niet digitaal willen of kunnen procederen. Maar als we het wel hebben over digitaal procederen, kunnen we als Rechtspraak veel doen. Wat wij merken in de “papieren” procedure, is dat wij heel veel informatie in één keer “over de schutting gooien”. Als we een uitnodiging voor de zitting versturen, sturen we een informatieblad mee van drie A4’tjes met alles wat op zo’n zitting kan spelen. Wie leest dat van A tot Z? Wat we merken bij het bouwen van onze digitaliseringstrajecten is dat we veel gerichter informatie kunnen verstrekken. Per procedurestap zullen we in de Rechtspraak heel gerichte informatie geven. En daarin staan we binnen de bredere overheid niet alleen. De Belastingdienst doet dit al heel lang. Als je bijvoorbeeld een aangifte digitaal doet, krijg je per stap informatie die je op dat moment nodig hebt.
      Met andere woorden, de overheid is druk bezig met betere communicatie en die communicatie vindt plaats via alle mogelijke vormen. Toch zal die communicatie altijd plaatsvinden langs lijnen die passen bij de overheid. En dat laatste neemt weer niet weg dat ook de overheid bij de tijd is. En dus bereikbaar is via Twitter (#RechtspraakNL of @RechtspraakNL) en Facebook (Facebook.com/Rechtspraak).
      Natuurlijk kun je altijd zeggen dat het nóg beter moet en daar zal ik het ook zeker mee eens zijn, maar er gebeurt al veel meer op het vlak van overheidscommunicatie dan u in uw blog suggereert.
      Veel groet,
      André Verburg

    Je kan reageren