U vindt ons ook op
U aangeboden door
NWA

De nationale wetenschapsagenda

Vorige week was ik op een bijeenkomst waar het over de wetenschap van de toekomst ging en over de toekomst van de wetenschap. De regering heeft een discussie op gang gebracht die misschien wel heel belangrijk gaat zijn voor die toekomst: de nationale wetenschapsagenda.

In het najaar heeft iedereen die dat wilde een vraag in kunnen dienen waar de wetenschap de komende tijd aan moet gaan werken. De vragen gaan alle kanten op. “Is er leven buiten de aarde?”, “Hoe kunnen kinderen veilig en gezond opgroeien?”, “Wat betekent kunst voor mensen?”.

Aanvankelijk zijn er meer dan 11.000 vragen ingediend en die zijn door een commissie van wijze mensen teruggebracht tot 140 vragen. Daarin komen ook vragen voor waarin begrijpelijke taal een grote rol speelt: Hoe kan het vertrouwen in de democratie versterkt worden? Hoe kunnen de socio-economische instituties van de toekomst vormgegeven worden? Welke  gevolgen hebben maatschappelijke veranderingen als digitalisering voor overheid en semi-overheid? Hoe kunnen zelfredzaamheid en participatie in de samenleving gestimuleerd worden?

“Kunnen leken wel een goede onderzoeksvraag formuleren?”

Die 140 vragen zijn vervolgens weer samengenomen in een aantal routes, zoals Personalized medicine, Bouwstenen van materie en fundamenten van ruimte en tijd en Veerkrachtige en zinvolle samenlevingen. Elk van die routes organiseert een aantal workshops en die moeten op al vrij korte termijn leiden tot een investeringsagenda, waar overheid, bedrijven en instellingen onderzoeksgeld in moeten stoppen. Die bijeenkomst waar ik vorige week was, was de eerste van de route Veerkrachtige en zinvolle samenlevingen.

Wetenschappers aarzelen of ze blij zijn met deze ontwikkeling. Leuk, dat de samenleving zo nadrukkelijk mee praat over onderzoek. Maar kan de leek eigenlijk wel een inschatting maken wat belangrijk onderzoek is en wat niet? Natuurlijk moet onderzoek waar mogelijk relevant zijn voor de samenleving. Maar soms blijkt die relevantie pas over tientallen jaren en is er ook volop onderzoek dat buitengewoon spannend is maar dat waarschijnlijk vooral onze nieuwsgierigheid bevredigt. En waar komt het geld vandaan dat hierin gestopt gaat worden? Over hoeveel geld gaat het? Gaat dat geld het geld vervangen dat tot nu toe in ‘gewoon onderzoek’ gestopt werd of komt er extra geld bij?

Allemaal vragen en nog maar heel weinig antwoorden. Zeker is wel dat die nationale wetenschapsagenda misschien wel heel belangrijk gaat worden. Geen wonder dat er veel belangstelling was voor de workshop: 100 plaatsen, maar wel 400 aanmeldingen. Iedereen wil mee kunnen praten over die onduidelijke hoeveelheid geld. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Deel dit op sociale media:
    Over de auteur:

    Wilbert SpoorenWilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen.View all posts by Wilbert Spooren →

    Je kan reageren